Ga naar de inhoud

Wanneer is genoeg, genoeg?

De prijs van meer willen

Méér is bijna vanzelfsprekend geworden. Meer spullen, meer comfort, meer keuze. We werken hard om meer te kunnen kopen, vullen kasten met dingen die ooit belangrijk leken, en blijven ondertussen op zoek naar iets wat niet tastbaar is: Voldoening.

Maar stel jezelf eens de vraag: Waarom zou je eigenlijk meer spullen willen?

De illusie van vooruitgang

Er zit een diepgeworteld idee in onze samenleving dat meer gelijkstaat aan beter. Meer bezitten voelt als vooruitgang, als een bewijs dat je iets hebt bereikt. Een groter huis, een nieuwere telefoon, een kast vol merkkleding. Het lijken tastbare bewijzen van een leven dat goed loopt. Alsof groei in spullen ook groei in betekenis betekent.

Maar dat beeld is bedrieglijk. De eerste dagen is dat nieuwe apparaat opwindend, die nieuwe jas voelt als een frisse start. Even lijkt het alsof dit de ontbrekende schakel voor je was; dat ene ding dat hét verschil zou maken.

Tot de glans vervaagt en je eraan gewend bent.

We denken dat we vooruitgaan, maar in werkelijkheid draaien we rondjes. Van verlangen naar aankoop, van opwinding naar verveling, van leegte naar het volgende verlangen. Een subtiele, vermoeiende cyclus waarin bezit een belofte blijft doen die het nooit helemaal waarmaakt.

En terwijl we bezig zijn met het najagen van “meer”, merken we niet dat we steeds minder aandacht overhouden voor wat er al is.

Spullen vullen een leegte, maar welke?

Veel aankopen doen we niet omdat we ze echt nodig hebben, maar omdat we een gevoel proberen te dempen.

Een leegte.

Een verveling.

Een onzekerheid.

Spullen worden zo een manier om te ontsnappen. Om even niet te hoeven voelen wat eronder ligt. Een extra paar schoenen voelt als controle; een klein stukje grip in een wereld die steeds sneller verandert.

Een nieuwe gadget geeft het idee van vernieuwing, alsof we zelf weer even vooruit gaan. Een volle winkelmand voelt als een vorm van geruststelling: ik ben bezig, ik zorg voor mezelf, ik doe ertoe.

Maar die rust is tijdelijk. De leegte die we proberen te vullen, verdwijnt niet; ze verstopt zich als een pakketje schroot onder een dun laagje chroom. Het is als verf over een muur met scheuren: het ziet er even beter uit, maar het fundament blijft hetzelfde.

Wat we eigenlijk kopen, is niet het voorwerp zelf, maar het gevoel dat we hopen dat het ons geeft.

Bevestiging.

Waardering.

Betekenis.

Alleen ligt die betekenis niet in het bezit, maar in de plek die het inneemt in ons verlangen. En zolang we dat niet zien, blijven we verwarren wat we willen met wat we nodig hebben.

Bezit vraagt onderhoud en aandacht

Elk bezit vraagt iets van je terug. Niet alleen geld, maar ook tijd, ruimte en aandacht. Een voorwerp is nooit neutraal. Het eist onderhoud, een plek, en soms een stukje van je gemoedsrust.

Een plant heeft water nodig, een jas moet je wassen, een apparaat moet je opladen of updaten. Dus met elke nieuwe aankoop voeg je onzichtbare, kleine of grote verplichtingen toe aan je leven.

Wat ooit begon als gemak, wordt langzaam beheer. Wat bedoeld was om vrijheid te brengen, vraagt plots zorg.

Je spullen trekken aan je aandacht, vragen om onderhoud, en vullen je dagen met kleine of grote, soms haast onmerkbare taken. Tot je beseft dat het niet alleen jouw huis is dat vol is, maar ook je hoofd.

Hoe meer bezit we hebben, hoe minder we daadwerkelijk lijken te zien.

We raken het overzicht kwijt. Niet alleen over wat we bezitten, maar ook over wat we echt waarderen. En ergens, ergens in dat verlies verschuift de balans en gaan we van bezit, naar bezit worden van.

Minder is geen verlies

Mensen die bewust minder bezitten, spreken over een gevoel van vrijheid. Alsof er letterlijk en figuurlijk ruimte ontstaat. Hoe dat komt? Omdat spullen verantwoordelijkheid, tijd en energie vragen.

Door te schrappen, verdwijnen niet alleen objecten, maar ook de mentale ballast die eraan vastzit. Wat overblijft, krijgt weer betekenis.

Een tafel waar je aan zit in plaats van spullen op stapelt.

Een jas die je echt draagt in plaats van bewaart “voor het geval dat.”

Door te kiezen wat blijft, maak je opnieuw kennis met wat waarde heeft. Minder spullen betekent dus niet dat je armer bent. Het betekent dat je bewuster kiest wat waarde heeft voor jou.

Waar we eigenlijk naar op zoek zijn

Het gaat nooit echt om de spullen zelf. We zijn op zoek naar iets wat niet te koop is: rust, zekerheid, erkenning. We hopen die gevoelens te vinden in wat we aanschaffen, alsof bezit ze kan vasthouden. 

Maar rust laat zich simpelweg niet kopen, alleen creëren.

Meer spullen beloven gemak, status en plezier. Ze geven even het gevoel van grip, van richting, van: “ik ben op weg”. Totdat je merkt dat het vooral ruis is. Totdat je je realiseert dat wat je eigenlijk zoekt minder tastbaar is, maar veel waardevoller.

Het gaat niet om meer hebben, maar om weten wat genoeg is. 

Het gaat om tevreden zijn met minder.

Het gaat er om te stoppen met jagen op spullen en de vrijheid hebben om te zeggen: 

Het is goed zo.

We work jobs we hate, to buy things we don’t need, to impress people we don’t like. – Tyler Durden

Tot de volgende.
Ruben.

Artikel delen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *